Je studiekosten mag je onder de volgende voorwaarden meetellen:
- Jij of je fiscale partner hebt de uitgaven voor jouw studie gedaan
- De opleiding of studie was gericht op jouw (toekomstige) beroep of werk
- De uitgaven (min eventuele vergoedingen) waren hoger dan de drempel van € 500. De uitgaven boven de drempel mag je aftrekken. Meestal geldt een maximaal aftrekbedrag van € 15.000
Als je voor je studiekosten of andere scholingsuitgaven een vergoeding ontving, bijvoorbeeld een prestatiebeurs, moet je deze vergoeding eerst van je uitgaven aftrekken voordat je het aftrekbedrag berekent.
De volgende kosten mag u meetellen:
- Lesgeld
- Kosten voor studieboeken of vakliteratuur
- Afschrijving duurzame zaken. Hierbij moet je rekening houden met de restwaarde en de levensduur. Voor computers en randapparatuur geldt een afschrijvingstermijn van 3 jaar en een restwaarde van 10%
- Rente die je in 2005 hebt betaald voor een schuld (niet de studiefinanciering, zie hierna) die op 31 december 2000 bestond en die je bent aangegaan om je studiekosten te betalen
De volgende kosten mag u niet meetellen:
- Rente voor schulden op grond van de Wet studiefinanciering 2000
- Uitgaven voor levensonderhoud, bijvoorbeeld huisvesting, voeding en kleding
- Reis- en verblijfkosten
- Uitgaven voor studiereizen of excursies
- Uitgaven voor een werk- of studeerruimte (ook niet de inrichting daarvan)
Klik hier voor meer informatie.